zaterdag 15 juni 2019

Dag 10/33 onderweg

Op deze prachtig bewolkte dag heb ik alle snelheidsrecords gebroken!

vrijdag 14 juni 2019

Dag 10/31 Whitehorse

Lang niets van mij laten horen... Ondertussen ben ik in Whitehorse, hoofdstad van Yukon Territories en de laatste (kleine) stad voor Anchorage. Ik ben in 2/3 van het Canada - Alaska traject, tenzij ik aan het eind nog wat extra's toevoeg. Die kans is zeer groot want ik ben bijna een week voor op mijn schema.
Ik twijfel tussen 2 evenwaardige mogelijkheden. Ik zou nog voor Anchorage een 350 km langere route kunnen kiezen langs Denali National Park, waar Mount McKinley ligt, de hoogste berg van Noord-Amerika. Dan zou ik de Denali Highway fietsen, een prachtige niet geasfalteerde weg van 215 km zonder bewoning, dicht tegen de poolcirkel, die alleen in de zomer open is. Maar ik zou ook ten westen van Anchorage het Kenai schiereiland kunnen gaan verkennen, waar ik veel moois over lees en hoor. Nog tijd genoeg om te beslissen. Wie weet kan ik allebei doen.
De laatste 5 dagen heel wisselend weer gehad. Twee keer 's morgens in de regen vertrokken, die dan aanhield tot een uur of 3. Er zijn plezantere activiteiten dan staande naast de fiets in sneltreinvaart middageten in de regen, of' s morgens in de regen de tent afbreken. Wat wel constant bleef was de tegenwind uit het westen.
Het was er het weer niet naar om, wat ik mij altijd voorneem, op tijd te stoppen met fietsen en wat te zitten lezen in de zon. Daardoor, en omdat ik goed in vorm ben na een maand fietsen, heb ik elke dag eerder grote afstanden afgelegd.
Alleen vandaag geen regen, en soms een dun zonnetje. Ik ben voorbij zoveel meren gereden waarin het fantastisch zwemmen moet zijn. Dat komt hopelijk nog.
Een paar heel plezierige ontmoetingen gehad. Eerst met Bruce, iets ouder dan ik, met wie ik (in zijn auto) 25 km ver naar de supermarkt reed in Watson Lake en weer terug. Dat spaarde mij alvast een saaie halve dag over en weer fietsen, alleen voor wat inkopen. Zalige kerel, met wie het wonderwel klikte. Heel veel gemeenschappelijke interesses en standpunten. Hij was onderweg naar Anchorage en drong aan dat ik zou meerijden. Hij neemt misschien dezelfde ferryboot als ik. Ik hoop het alvast, want we waren zeker nog niet uitgepraat. Hij woont in Oregon aan de US Pacific Coast. Daar rijd ik eind juli voorbij, en hij verwacht mij.
De vorige nacht kon ik eindelijk nog eens bij een Warmshowers gastheer slapen, en wat voor een! Peter woont alleen in een zelfgebouwd huis aan de oever van het grote Marsh Lake. Zijn grote passie zijn winterse tochten van wel een maand in heel afgelegen gebieden, op ski's of sneeuwschoenen met een voortgetrokken slee. Hij slaapt dan zonder tent, gewoon op en in de sneeuw. Heerlijk gegeten uit de eigen groentetuin, heel plezierig gebabbeld een hele avond.
Tja, dat zijn de ontmoetingen die een reis kleuren.
Ik ben aan beer nummer 9, waarvan 2 dicht genoeg om te fotograferen.
De Alaska Highway is prachtig aangelegd maar op de duur wat eentonig. Om bosbranden te kunnen inperken en om botsingen met wilde dieren te voorkomen is aan weerszijden een strook van een 15-tal meter vrijgemaakt. Begrijpelijk, maar lelijk. Omdat het oorspronkelijke tracé (aangelegd in 1942) sterk verbeterd is zijn er weinig bochten en gaat het vaak rechtdoor op en neer. Met de brede schouders van de weg is dat wel veilig fietsen natuurlijk, maar het wordt wat saai.
Morgen laat ik de fiets een dag rusten en rijd ik over en weer naar Skagway aan de kust. Vroeger ging dat vanuit Whitehorse helemaal met de trein, nu alleen nog het laatste (mooiste) stuk dat over de White Pass gaat en dan afdaalt naar zeeniveau. Het eerste stuk gaat nu met de bus.


vrijdag 7 juni 2019

Dag 10/25 Jade City

Ik was beter nog een dag in de caravan gebleven in Dease Lake. De weersverwachting was niet fameus, maar dat het zo erg zou worden had ik niet gedacht. Het begon nochtans goed, dicht bij het vriespunt maar zonnig. Maar vanaf de middag kwam de ene bui na de andere naar beneden, soms met de nodige bliksem en donder. Tussenin scheen af en toe de zon, maar tijdens de buien dook de temperatuur naar beneden tot 7 °C. Hoe vaak ik gestopt ben om een laag aan of uit te trekken kan ik niet bij benadering zeggen.
Ik herinnerde mij dat ik op Google Maps in Jade City, een 120 km ver, het icoon van accommodatie had gezien, en de hoop daarop dreef mij verder want kamperen zou de hel geweest zijn. Jade City blijkt gewoon een winkel te zijn waar ze uit het in de buurt gevonden jade vervaardigde siervoorwerpen verkopen, maar achterin hebben ze een paar kamers. En in een daarvan lig ik nu, na een lange hete douche, compleet uitgeteld te wezen...


donderdag 6 juni 2019

Dag 10/24 Dease Lake bis

Fantastisch geslapen in mijn caravan! Ik mag van Rob, de eigenaar van Noorse afkomst die me gisteravond een biertje aanbood, nog een maand blijven. Met 1 nacht extra ben ik al heel blij. Ik wil een dagje niksen en mijn boek uitlezen. Hier in het dorpje is ook een winkel waar ik een en ander hoop aan te vullen. 
Nog 2 keer kamperen en dan ben ik aan het einde van de Stewart-Cassiar Highway. Dan kom ik uit op de Alaska Highway, die ik ga volgen tot aan de afslag voor Anchorage in Alaska. Volgens OsmAnd, mijn kaartapp, zijn de bevoorradings- en overnachtingsmogelijkheden op die Highway al niet veel beter. Ik verwacht wel iets meer verkeer dan de 1 auto of truck per 5 minuten van de laatste dagen.

Namiddag
Wat ben ik blij dat ik een dag hier blijf. Ik zit droog en wel, tas hete thee in de hand, bij een elektrische radiator in de caravan te lezen, terwijl buiten de temperatuur heel kil is (ik schat hooguit 10 °C) en regen al urenlang troosteloos uit de hemel valt. Ook met de overschoenen die ik bij het fietsen zou dragen zouden mijn schoenen, kousen en voeten uiteindelijk kletsnat worden, en ik heb maar 1 paar schoenen bij. De schoenen terug droog krijgen zou niet gaan. Normaal rijd ik in zulke regen op sandalen, maar daarvoor is het nu te koud. Lollig zou het kamperen niet zijn. Enige voordeel: ook de muggen vinden dit niet leuk en laten het massaal afweten. Maar toch, hopelijk is het weer morgen iets barmhartiger. 
Deze morgen vond ik op aangeven van Rob gratis (gebrekkige) wifi via satelliet naast een opleidingscentrum dat vreemd genoeg in dit van God verlaten dorpje ligt. Net op tijd om er via video-WhatsApp bij te kunnen zijn op het verjaardagsfeestje voor Ana. Ik had er bijzonder veel deugd aan de 3 generaties op het thuisfront te zien en te horen.


Dag 10/23 Dease Lake

Flink wat geluk gehad. Hier is een hotel, maar dat zat vol. Een man die ik aansprak zei dat ik in zijn caravan mag slapen. Het is een groot ding, met centraal een ruime zitkamer met keuken, een badkamer, en aan beide uiteinden een slaapkamer. Zo slaap ik op een echte matras. Als ik goed slaap heb ik zin om te vragen of ik hier twee nachten mag blijven. Ik ben immers ruim voor op mijn schema, en op het laatste weerbericht dat ik zag voorspelden ze voor morgen onweersbuien. 
Gisteren was met voorsprong de mooiste dag tot nu toe. Prachtig landschap, bijna geen verkeer. Ik sliep in het aftandse Tatogga Lake Resort in een eenvoudige blokhut zonder elektriciteit, maar ik mocht van de baas een douche komen nemen. Om tot daar te geraken moest ik wel 144 km rijden met veel klimwerk, maar dat had ik ervoor over. Ook vandaag ging ik over de 100 km omdat ik in dat hotel wilde slapen. Ik moest vandaag over een hooggelegen plateau waar een ijselijke tegenwind blies. Grote borden waarschuwden daar voor cariboes op de baan, maar ik heb er geen gezien. 
Gisteren zagen een beer en ik tegelijkertijd elkaar op een meter of 50. Ik stopte om een foto te nemen, maar de beer zette het op een lopen en klom met veel takkengedruis in een boom, een meter of 3 hoog langs de stam. Ongelooflijk hoe een zo groot beest zo sierlijk kan lopen en langs de stam een boom beklimmen. 
Ik zag ook van dichtbij in het hoge gras een grote bruine katachtige met omhoogstaande puntoren, ik vermoed een lynx. Die maakte ook al dat hij weg was. 
Met mijn rug gaat het de goede kant op. Fietsen gaat prima, maar ik ben een beetje bang om te kamperen want dan moet ik mij veel bukken. Ook het slapen op mijn dun matrasje gaat mij, met mijn gehavende schouders, niet echt goed af. En de temperatuur zakt hier 's avonds en 's nachts heel erg, wat kamperen nog onaantrekkelijker maakt, ook al omdat regen nooit ver weg is. Ach, het zal ook wel aan de leeftijd liggen dat ik alleen graag kampeer als de omstandigheden meezitten.


maandag 3 juni 2019

Dag 10/21 Bell 2

De rustdag heeft mijn rug veel goed gedaan. Het vervelende aan dat soort kwalen is dat je niet weet wanneer je terug de normale gang van zaken kan volgen en of je het daardoor niet erger maakt. Maar nu ben ik er tamelijk gerust in: het fietsen ging goed en mijn rug voelt veel beter dan deze ochtend.
Vertrokken in de regen, en die hield pas rond de middag op. Vlak voor ik hier aankwam volgde nog een zware bui. Het spijtige van die regen onderweg is vooral dat je weinig ziet van het landschap.
Mijn aantal beren is in één klap gestegen tot 4. Telkens een beer aan de rand van de weg, die ijlings verdween wanneer hij (of zij) mij opmerkte. Een foto zat er niet in, maar dat komt nog wel.
Gezien de omstandigheden wilde ik liever niet kamperen. Daarom nam ik een kamer in een blokhut van de Bell 2 Lodge, een van de weinige accommodaties op de Stewart-Cassiar Highway. Normaal ver boven mijn budget, maar je leeft maar 1 keer nietwaar en ik heb al zo vaak gratis onderdak gekregen bij Warmshowers-mensen. De speksteenkachel ronkt in mijn kamer en ik kom net uit de sauna. En straks avondeten in het restaurant, dat is eens iets anders. Alle denkbare luxe dus! Inclusief wifi via satelliet, want mobiele ontvangst is hier héél ver weg.

zondag 2 juni 2019

Dag 10/20 Meziadin Junction

Gisteren samen met Thorve hier aangekomen na een zeer voorspoedige en mooie rit. Onderweg begon ik te voelen dat er iets mis was in mijn rug, en nu zit ik hier en kan even niet voor- of achteruit. Noodgedwongen wordt dit dus een rustdag en neem ik de nodige pillen.
Gelukkig is hier een naftstation met wat cabines die je kan huren, want kamperen zou nu niet gaan. Ik ben een paar dagen voor op mijn schema om op 8 juli de ferryboot Whittier-Bellingham te halen. Tijd speelt dus geen rol. Ik zal wel zien hoe het evolueert.

zaterdag 1 juni 2019

Dag 10/18 op de Stewart-Cassiar Highway




Eerste dag op de Stewart-Cassiar Highway. Het landschap is zeer mooi, en niet te zwaar op en af. Na de middag stak een tegenwind op, en die bracht een half uurtje regen mee.
Aan een meertje vond ik een goede kampeerplek, wel wat dicht tegen de baan maar er is weinig verkeer, en vannacht allicht helemaal geen. Kleine weggetjes die van de baan wegvoeren zijn er gewoonweg niet.
Ik ben hier niet alleen: ook Thorve, een Duitse fietser, heeft deze plek uitgekozen. Hij rijdt min of meer dezelfde kant uit als ik. Hij is pas de tweede fietsreiziger die ik in Canada ontmoet. Hij heeft niet het hele eind vanuit Vancouver gefietst maar de ferryboot naar Prince Rupert genomen, zoals de meeste fietsers. Omdat ik al met een ferryboot vanuit Alaska terugkeer vond ik het beter vanaf Vancouver te beginnen fietsen. Zo begin ik goed gerodeerd aan het eenzamere noorden van British Columbia.
De muggen zijn onuitstaanbaar vervelend. Thorve en ik zitten nu noodgedwongen elk in onze eigen tent. Ik moet ermee leren leven.

donderdag 30 mei 2019

Dag 10/17 iets voorbij Hazelton

De voorbije 6 dagen was het weer schitterend, weliswaar met tegenwind maar dat kon de pret niet bederven. De weg werd beetje bij beetje mooier en rustiger. Vandaag was het landschap fantastisch, heel hoge besneeuwde pieken links en rechts, een voorbode van de Stewart-Cassiar Highway waar ik morgen aan begin.
Nu ben ik voor de laatste keer te gast bij een warmshowers gastheer. Ik heb op die 6 dagen slechts één keer gekampeerd, en de muggen maakten dat extreem onprettig, zowel 's avonds als 's ochtends. Ik heb de ritten dan ook zodanig aangepast dat ik niet hoefde te kamperen, hoe graag ik dat eigenlijk ook doe. Gevolg was dat het aantal afgelegde kilometers 2 maal bijna 120 was, maar evengoed 2 maal amper 40. Eén keer motel, de andere keren warmshowers.
Ik heb prachtige warmshowers ervaringen gehad, bijzonder interessante mensen variërend van welgestelde stedelingen tot sympathieke boeren. Ondertussen ook al een paar keer in een meer gezwommen.
In Smithers, de laatste 'stad' voor de Stewart-Cassiar Highway, heb ik gisteren flinke etensvoorraden aangelegd: 5 gevriesdroogde maaltijden, worst, kaas, pasta, tomatensaus, brood, poedermelk, havervlokken, rozijnen, cashewnoten,... Ik kan ertegen voor een week. Ik heb ook voor 4,5 liter water flessen bij. Dat is het enige dat ik onderweg moet aanvullen. Mijn fiets is nu loodzwaar.
Ik heb wel vernomen dat er toch een paar plaatsen zouden zijn op de Stewart-Cassiar Highway waar ik misschien binnen kan overnachten. Maar het wordt sowieso vooral kamperen. We zien wel. Ik zal ook dagenlang geen telefoon- en dus geen internetverbinding hebben, misschien 2 keer wifi.
Een paar dagen geleden zag ik (in de verte) mijn eerste beer. Daar gaan er nog veel volgen. Mijn berenspray is alvast verhuisd naar mijn stuurtasje, waar ik het voor het grijpen heb.


vrijdag 24 mei 2019

Dag 10/11 Prince George

Hoeveel geluk kan je hebben... Ik logeer bij nog maar eens bij een schitterend koppel, Kathy en Philip. Allebei in het onderwijs, zij in een lagere school voor kansarme kinderen, hij als leraar scheikunde in een middelbare school. Ze maakten een paar jaar geleden met hun toen 11-jarige zoon Matthew een fietsreis van 5000 km doorheen Canada en de VS.
Zij hebben me veel goede raad gegeven over de Stewart-Cassiar Highway (Kitwanga naar Watson Lake) waar ik over ongeveer een week aan zal beginnen. Dat wordt een traject van ongeveer 750 km met heel weinig bewoning en bevoorradingsmogelijkheden. Serieus bergachtig en enig mooi met veel meren. Veel zal afhangen van het weer. Fietsen in de regen vind ik niet erg, als ik weet dat ik aan het eind droog kan zitten. Maar kamperen in de regen is absoluut mijn ding niet. Ik heb al een zeil gekocht dat ik tussen de bomen kan opspannen.
Tot daar zijn er af en toe dorpen met een winkel, en zijn er nog een paar mogelijkheden om te overnachten bij Warmshowers-mensen. Daarna zal ik op mezelf zijn aangewezen.
Daarom geniet ik nu zo intens en dankbaar van de gulle gastvrijheid die mij te beurt valt.
Ik ben nu eindelijk aan het eind van de Cariboo Highway. Ik ben die brede baan meer dan beu.

woensdag 22 mei 2019

Dag 10/9 Quesnel

Eerste zonnige dag, weliswaar met tegenwind maar dat bedierf de pret niet. Goed begonnen met een stevig ontbijt en lekkere koffie bij Richard en Marlene.
Dat de Noord-Amerikaanse samenleving individualistischer is dan de Europese is aan veel te merken. De auto, de hoogste expressie van de individuele vrijheid, is heer en meester.
Sinds een paar jaar is het collectieve vervoer, verzorgd door de iconische privéonderneming Greyhound, er zelfs gewoon mee opgehouden wegens te weinig klanten. Omdat er in Canada bijna geen treinen rijden gebeurt letterlijk elke verplaatsing met de eigen auto. En die auto's zijn, net als de trucks, soms monsterlijk groot. Vooral alle vormen en formaten van pick-ups zijn heel populair. Alleen in de grote steden organiseert de overheid openbaar vervoer.
De enige manier die een Canadees kan bedenken om hier rond te trekken (en dat doen ze massaal) is in wat zij een RV noemen, een recreational vehicle, wij zouden zeggen een mobilhome. Af en toe zie je ook een caravan. Die RV's zijn soms langer en breder dan een autobus, en vaak hangt er bij wijze van aanhangwagen een auto aan vast. Velen vervoeren daar mountainbikes op, of kayaks. Sportief zullen ze op hun manier dus ook wel zijn. In de naam, aangebracht op de RV's, komt opvallend vaak de term adventure voor.
Omdat de Canadees in zijn RV over alle culinair en sanitair comfort beschikt (en over een grote voorraad drinkbaar water) is hij volkomen onafhankelijk. Daarom vind je onderweg bijna geen eet- of drinkgelegenheden. Ik heb al verschillende keren onderweg geen enkele stop kunnen maken om bijvoorbeeld een tas thee te drinken. En hoe verder naar het noorden, hoe erger dat wordt, zo vertelt men mij.
De RV 's stoppen op zogenaamde RV parks. Dat zijn eigenlijk gewoon parkeerterreinen zonder meer, dus zonder sanitaire voorzieningen of zelfs lopend water. 's Avonds komt er blijkbaar iemand (met de auto) langs om te ontvangen, meestal zo rond de 15 dollar, maar ik zag ook al 25 dollar.
Daarnaast zijn er recreation sites, vergelijkbaar met wat wij een picknickplaats zouden noemen. Daar staan wat houten tafels. Blijkbaar (ik heb het nog niet uitgeprobeerd) is er soms een hoekje met gras waar je een tent zou kunnen zetten. Maar ook daar geen watervoorziening. Die recreation sites liggen vaak langs de baan, dus een rustige nacht lijkt mij onwaarschijnlijk.
Zou dat hyper-individualistische een restant zijn van de Amerikaanse pioniertijd waarin het ieder voor zich was?


Dag 10/8 kamperen

Na een rustige dag fietsen, met vooral tegenwind en een flinke plensbui, een mooie kampeerplek op een afgelegen wei gevonden (gevraagd), zie foto, waar ik wel voor de eerste keer een massale aanval van muggen moet doorstaan. Ze prikken door mijn kousen en broekspijpen door. De enige oplossing is in mijn tent te gaan zitten.
Ook onderweg word ik regelmatig gestoken door een ander soort insecten, die mij bijten zelfs wanneer ik in beweging ben en ook doorheen mijn shirt en koersbroek. De jeuk die de beten veroorzaken trekt maar heel langzaam weg. Als ik ze doodmep laten ze een spoor van (mijn) bloed achter. Vooral mijn onderbenen zien er lief uit. Niks aan te doen...
Richard, de eigenaar van de wei waar ik op sta en zijn vrouw Marlene nodigden mij uit binnen. Ik kreeg overheerlijke rabarbertaart, zelfgebakken uiteraard. Zij wonen hier nog niet zo lang. Ze hebben een gigantische ranch gehad heel ver van de bewoonde wereld (dichtstbijzijnde huis op 50 km), in vervallen toestand aangekocht en prachtig uitgebouwd. Ze toonden mij een fotoboek dat een heel goed beeld gaf van hun lange leven daar. Keihard gewerkt, maar ook een zalig onafhankelijk leven gehad.

dinsdag 21 mei 2019

Dag 10/7 Williams Lake

De hotelbaas bracht me deze ochtend wat afgedankte jassen en dergelijke, waartussen ik een bruikbaar mouwloos warm jasje vond dat ik voor alle zekerheid meenam omdat ik anders alleen mijn dunne regenjas heb. Ongelooflijk hoe vriendelijk die man en zijn vrouw voor mij waren.
Nu ben ik te gast bij Jenna en Gavin, een bijzonder sympathiek jong koppel. Heerlijk gegeten en mijn vuile kleren in de was gedaan.
Op een prikbord zag ik een postkaart hangen uit 'Euskal Herria', Baskenland. Daarop belde Jenna haar vriendin Paola die haar de kaart had gestuurd. Paola uit Bilbao woont hier een paar kilometer vandaan en kwam even later langs.
Het deed heel raar hier in Canada Baskisch te praten. Dat is na Turkije, Tajikistan en Mongolië al het vierde land waarin mij dat overkomt. Het toppunt is dat haar man Jon uit Oiartzun komt, het dorp van mijn ouders. Spijtig dat hij nu in Baskenland is, want hij zal zeer zeker mijn familie kennen.

maandag 20 mei 2019

Dag 10/6 100 Mile House

Een rare dag vandaag. Laat vertrokken omdat mijn hotelkamer zo gezellig warm was. De weersvoorspelling van bewolkt maar droog weer klopte van geen kanten. Tegen de middag begon het weer maar eens te regenen en dook de temperatuur naar omlaag. Ik vrees dat ik in mijn drang om niet teveel gewicht mee te sleuren te weinig warme kleren bij heb. De enige manier om het warm te hebben was blijven fietsen.
Mijn plan om te kamperen moest ik laten varen. In het stadje met de grappige naam 100 Mile House (op mijl 100 van de Cariboo Highway) nam ik natgeregend een kamer in het 99 Mile Motel (jawel, op mijl 99). De hotelbaas was heel geïnteresseerd in mijn reisverhalen en mijn fiets. Omdat ik hem zei dat ik eigenlijk had willen kamperen bood hij aan om gratis te slapen in een kamer-in-opbouw (maar wel al met verwarming en een lavabo). Mijn geld kreeg ik terug...
De pienteren zullen opmerken dat, ondanks de Miles in de namen, de afstanden in kilometer worden uitgedrukt.

zaterdag 18 mei 2019

Dag 10/5 Clinton



Clinton is ontstaan tijdens de zogenaamde Cariboo-goldrush in de jaren 1850. Het is helemaal zoals ik mij een cowboydorp in de far west voorstel. Ik slaap voor het eerst in een hotel. Het wordt gerund door een Chinees die op zijn 31ste uit Taiwan emigreerde.
Na sinds Vancouver de eerder rustige Highway 99 gevolgd te hebben ben ik nu op de drukkere Highway 97, de Cariboo Highway. Spijtig, maar er is geen alternatief. De shoulder, zeg maar pechstrook, waar ik op rij is nu anderhalve meter breed in plaats van 1 meter.
Al veel mooie vogels gezien, een grote vos en een groepje herten.
Mijn Warmshowers-gastheer in Lillooet, die bij de brandweer werkt, vertelde dat de klimaatopwarming alsmaar meer bosbranden meebrengt. De gevolgen daarvan heb ik onderweg gezien.

Dag 10/4 Pavilion

Vandaag kalm aan gedaan, noodgedwongen ook. Na amper 42 km maar wel meer dan 800 stijgmeters kwam ik in een piepklein dorp. Een vrouw aan wie ik water vroeg zei dat ik gerust in het kerkje mocht slapen. Fantastisch! Zo ben ik beschut tegen regen en wind.


Dag 10/3 Lillooet


Een beetje te veel hooi op de vork genomen. Na ook al een zware dag gisteren was de rit vandaag lang en super bergachtig, met bijna 2000 stijgmeters. Ik ben nog niet goed gerodeerd natuurlijk, en de jetlag is nog niet helemaal verteerd.
Het komt doordat ik via Warmshowers onderdak heb gevonden voor na de eerste 3 ritten, en dan liggen de trajecten vast. Zoniet zou ik zeker vroeger gestopt zijn om te kamperen, hoewel dat in dit druilerige weer vervelend zou zijn.
Het landschap is wel prachtig. Gisteren reed ik door Whistler, centrum van een reusachtig skigebied waar in 2010 de Olympische winterspelen gehouden werden.

dinsdag 14 mei 2019

Dag 10/1 Squamish

Ik ging ervan uit dat Canada mij vriendelijk welkom zou heten en een aangename eerste fietsdag zou bezorgen tot bij mijn Warmshowers gastgezin, maar in plaats daarvan toonde het zijn tanden: onafgebroken regen en amper zicht op de prachtige kustlijn en aanliggende bergen. Ik ben maar al te blij dat ik nu niet hoef te kamperen.
De jetlag laat zich nog voelen. De eerste twee nachten in Canada waren daardoor onrustig. Hopelijk wordt dat stilaan beter.

Dag 10/0 Vancouver bis

Een dagje Vancouver is nodig om de jetlag (9 u tijdsverschil) te beginnen verteren en om wat inkopen te doen. Berenspray en een lokale simkaart staan bovenaan het lijstje, naast de nodige etensvoorraad.
In vergelijking met de vorige etappes heb ik mijn spullen strenger geselecteerd om lichter te rijden. Flink wat gereedschap en reserveonderdelen zijn thuis gebleven, en ook aardig wat kleren. Maar toch kom ik nog aan een kleine 20 kg bagage, zonder eten en water.

maandag 13 mei 2019

Dag 10 /0 op het vliegtuig naar Vancouver


Onder mij trekken de ijsbergen aan de oostkust van Groenland voorbij, vier uur na het opstijgen in Frankfurt. De weergaloze schoonheid ervan fascineert mij. Wie weet hoe lang dit prachtige schouwspel nog te bewonderen zal zijn... Hopelijk krijgen mijn kleinkinderen het ook nog te zien.
Ik werd onverwacht uitgeleide gedaan naar Zaventem door een heuse delegatie, waar ik heel erg van genoten heb.
Na een onderbreking van bijna een jaar begin ik aan de tiende etappe van mijn fietsreis. Het is spijtig dat ik vorig jaar het Japanse traject heb moeten afblazen door geruzie tussen Rusland en Japan over de Sakhalin-Hokkaido veerboot (en door een onfortuinlijke sleutelbeenbreuk), zodat Vladivostok het ongewilde eindpunt werd van etappe 9.
Na Europa, Noord-Afrika en Azië gaat mijn route nu door Noord-Amerika. Deze tiende etappe omvat een noordwaarts stuk Canada-Alaska, een vijfdaagse bootreis van Alaska naar de noordwestelijke punt van de VS, en tenslotte een zuidwaarts stuk langs de westkust, hopelijk tot aan de Mexicaanse grens.
Weer een heel nieuwe wereld voor mij. De eerste 6-7 weken van Vancouver naar Anchorage beloven onherbergzaam te worden, maar wel overwegend over asfaltweg. Veel zal afhangen van regen en wind. En van de welwillendheid van de beren en ander wild (en muggen) dat ik ongetwijfeld zal tegenkomen. Ik heb er veel over gelezen en weet in theorie goed hoe ik me moet gedragen, vooral bij het kamperen.
Na thuis veel Warmshowers-fietsers onderdak te hebben gegeven het voorbije jaar is het nu weer aan mij om waar mogelijk (en dat is niet zo vaak) onderdak te vragen. In Vancouver en na de eerste drie fietsdagen is het alvast gelukt, daarna veel minder omdat de bewoning heel snel afneemt en de afstanden tussen woonkernen enorm worden. Improvisatie zal er dikwijls aan te pas komen, en een goede planning van etensvoorraden.

zondag 12 mei 2019

Nieuwe etappe

Vandaag is Andoni terug vertrokken voor een volgende etappe in Noord America