vrijdag 24 mei 2019

Dag 10/11 Prince George

Hoeveel geluk kan je hebben... Ik logeer bij nog maar eens bij een schitterend koppel, Kathy en Philip. Allebei in het onderwijs, zij in een lagere school voor kansarme kinderen, hij als leraar scheikunde in een middelbare school. Ze maakten een paar jaar geleden met hun toen 11-jarige zoon Matthew een fietsreis van 5000 km doorheen Canada en de VS.
Zij hebben me veel goede raad gegeven over de Stewart-Cassiar Highway (Kitwanga naar Watson Lake) waar ik over ongeveer een week aan zal beginnen. Dat wordt een traject van ongeveer 750 km met heel weinig bewoning en bevoorradingsmogelijkheden. Serieus bergachtig en enig mooi met veel meren. Veel zal afhangen van het weer. Fietsen in de regen vind ik niet erg, als ik weet dat ik aan het eind droog kan zitten. Maar kamperen in de regen is absoluut mijn ding niet. Ik heb al een zeil gekocht dat ik tussen de bomen kan opspannen.
Tot daar zijn er af en toe dorpen met een winkel, en zijn er nog een paar mogelijkheden om te overnachten bij Warmshowers-mensen. Daarna zal ik op mezelf zijn aangewezen.
Daarom geniet ik nu zo intens en dankbaar van de gulle gastvrijheid die mij te beurt valt.
Ik ben nu eindelijk aan het eind van de Cariboo Highway. Ik ben die brede baan meer dan beu.

woensdag 22 mei 2019

Dag 10/9 Quesnel

Eerste zonnige dag, weliswaar met tegenwind maar dat bedierf de pret niet. Goed begonnen met een stevig ontbijt en lekkere koffie bij Richard en Marlene.
Dat de Noord-Amerikaanse samenleving individualistischer is dan de Europese is aan veel te merken. De auto, de hoogste expressie van de individuele vrijheid, is heer en meester.
Sinds een paar jaar is het collectieve vervoer, verzorgd door de iconische privéonderneming Greyhound, er zelfs gewoon mee opgehouden wegens te weinig klanten. Omdat er in Canada bijna geen treinen rijden gebeurt letterlijk elke verplaatsing met de eigen auto. En die auto's zijn, net als de trucks, soms monsterlijk groot. Vooral alle vormen en formaten van pick-ups zijn heel populair. Alleen in de grote steden organiseert de overheid openbaar vervoer.
De enige manier die een Canadees kan bedenken om hier rond te trekken (en dat doen ze massaal) is in wat zij een RV noemen, een recreational vehicle, wij zouden zeggen een mobilhome. Af en toe zie je ook een caravan. Die RV's zijn soms langer en breder dan een autobus, en vaak hangt er bij wijze van aanhangwagen een auto aan vast. Velen vervoeren daar mountainbikes op, of kayaks. Sportief zullen ze op hun manier dus ook wel zijn. In de naam, aangebracht op de RV's, komt opvallend vaak de term adventure voor.
Omdat de Canadees in zijn RV over alle culinair en sanitair comfort beschikt (en over een grote voorraad drinkbaar water) is hij volkomen onafhankelijk. Daarom vind je onderweg bijna geen eet- of drinkgelegenheden. Ik heb al verschillende keren onderweg geen enkele stop kunnen maken om bijvoorbeeld een tas thee te drinken. En hoe verder naar het noorden, hoe erger dat wordt, zo vertelt men mij.
De RV 's stoppen op zogenaamde RV parks. Dat zijn eigenlijk gewoon parkeerterreinen zonder meer, dus zonder sanitaire voorzieningen of zelfs lopend water. 's Avonds komt er blijkbaar iemand (met de auto) langs om te ontvangen, meestal zo rond de 15 dollar, maar ik zag ook al 25 dollar.
Daarnaast zijn er recreation sites, vergelijkbaar met wat wij een picknickplaats zouden noemen. Daar staan wat houten tafels. Blijkbaar (ik heb het nog niet uitgeprobeerd) is er soms een hoekje met gras waar je een tent zou kunnen zetten. Maar ook daar geen watervoorziening. Die recreation sites liggen vaak langs de baan, dus een rustige nacht lijkt mij onwaarschijnlijk.
Zou dat hyper-individualistische een restant zijn van de Amerikaanse pioniertijd waarin het ieder voor zich was?


Dag 10/8 kamperen

Na een rustige dag fietsen, met vooral tegenwind en een flinke plensbui, een mooie kampeerplek op een afgelegen wei gevonden (gevraagd), zie foto, waar ik wel voor de eerste keer een massale aanval van muggen moet doorstaan. Ze prikken door mijn kousen en broekspijpen door. De enige oplossing is in mijn tent te gaan zitten.
Ook onderweg word ik regelmatig gestoken door een ander soort insecten, die mij bijten zelfs wanneer ik in beweging ben en ook doorheen mijn shirt en koersbroek. De jeuk die de beten veroorzaken trekt maar heel langzaam weg. Als ik ze doodmep laten ze een spoor van (mijn) bloed achter. Vooral mijn onderbenen zien er lief uit. Niks aan te doen...
Richard, de eigenaar van de wei waar ik op sta en zijn vrouw Marlene nodigden mij uit binnen. Ik kreeg overheerlijke rabarbertaart, zelfgebakken uiteraard. Zij wonen hier nog niet zo lang. Ze hebben een gigantische ranch gehad heel ver van de bewoonde wereld (dichtstbijzijnde huis op 50 km), in vervallen toestand aangekocht en prachtig uitgebouwd. Ze toonden mij een fotoboek dat een heel goed beeld gaf van hun lange leven daar. Keihard gewerkt, maar ook een zalig onafhankelijk leven gehad.

dinsdag 21 mei 2019

Dag 10/7 Williams Lake

De hotelbaas bracht me deze ochtend wat afgedankte jassen en dergelijke, waartussen ik een bruikbaar mouwloos warm jasje vond dat ik voor alle zekerheid meenam omdat ik anders alleen mijn dunne regenjas heb. Ongelooflijk hoe vriendelijk die man en zijn vrouw voor mij waren.
Nu ben ik te gast bij Jenna en Gavin, een bijzonder sympathiek jong koppel. Heerlijk gegeten en mijn vuile kleren in de was gedaan.
Op een prikbord zag ik een postkaart hangen uit 'Euskal Herria', Baskenland. Daarop belde Jenna haar vriendin Paola die haar de kaart had gestuurd. Paola uit Bilbao woont hier een paar kilometer vandaan en kwam even later langs.
Het deed heel raar hier in Canada Baskisch te praten. Dat is na Turkije, Tajikistan en Mongolië al het vierde land waarin mij dat overkomt. Het toppunt is dat haar man Jon uit Oiartzun komt, het dorp van mijn ouders. Spijtig dat hij nu in Baskenland is, want hij zal zeer zeker mijn familie kennen.

maandag 20 mei 2019

Dag 10/6 100 Mile House

Een rare dag vandaag. Laat vertrokken omdat mijn hotelkamer zo gezellig warm was. De weersvoorspelling van bewolkt maar droog weer klopte van geen kanten. Tegen de middag begon het weer maar eens te regenen en dook de temperatuur naar omlaag. Ik vrees dat ik in mijn drang om niet teveel gewicht mee te sleuren te weinig warme kleren bij heb. De enige manier om het warm te hebben was blijven fietsen.
Mijn plan om te kamperen moest ik laten varen. In het stadje met de grappige naam 100 Mile House (op mijl 100 van de Cariboo Highway) nam ik natgeregend een kamer in het 99 Mile Motel (jawel, op mijl 99). De hotelbaas was heel geïnteresseerd in mijn reisverhalen en mijn fiets. Omdat ik hem zei dat ik eigenlijk had willen kamperen bood hij aan om gratis te slapen in een kamer-in-opbouw (maar wel al met verwarming en een lavabo). Mijn geld kreeg ik terug...
De pienteren zullen opmerken dat, ondanks de Miles in de namen, de afstanden in kilometer worden uitgedrukt.

zaterdag 18 mei 2019

Dag 10/5 Clinton



Clinton is ontstaan tijdens de zogenaamde Cariboo-goldrush in de jaren 1850. Het is helemaal zoals ik mij een cowboydorp in de far west voorstel. Ik slaap voor het eerst in een hotel. Het wordt gerund door een Chinees die op zijn 31ste uit Taiwan emigreerde.
Na sinds Vancouver de eerder rustige Highway 99 gevolgd te hebben ben ik nu op de drukkere Highway 97, de Cariboo Highway. Spijtig, maar er is geen alternatief. De shoulder, zeg maar pechstrook, waar ik op rij is nu anderhalve meter breed in plaats van 1 meter.
Al veel mooie vogels gezien, een grote vos en een groepje herten.
Mijn Warmshowers-gastheer in Lillooet, die bij de brandweer werkt, vertelde dat de klimaatopwarming alsmaar meer bosbranden meebrengt. De gevolgen daarvan heb ik onderweg gezien.

Dag 10/4 Pavilion

Vandaag kalm aan gedaan, noodgedwongen ook. Na amper 42 km maar wel meer dan 800 stijgmeters kwam ik in een piepklein dorp. Een vrouw aan wie ik water vroeg zei dat ik gerust in het kerkje mocht slapen. Fantastisch! Zo ben ik beschut tegen regen en wind.